Hooghalen, 2 mei 2007
In de oorlog was het
levensgevaarlijk voor iedereen die er in stond. Maar nu is de cartotheek van
het verzet in Zuid-west Friesland een unieke bron van informatie over de joden
die het gebied ondergedoken waren. Deze bijzondere kaartenbak uit de Tweede
Wereldoorlog is teruggevonden op de zolder van een verzetsfamilie en door
kleinzoon Sjoerd Wiersma in bruikleen gegeven aan het Herinneringcentrum Kamp
Westerbork.
De cartotheek bevat vierhonderdenvijftig kaartjes met zo’n
tachtig pasfoto’s van joodse onderduikers. Op elk kaartje een naam, plaats van
herkomst, onderduikadres en een aantekening over de financiële ondersteuning.
De kaartenbak vertelt het verhaal van de jodenvervolging, maar ook van de moed
van mensen die daartegen in wilden gaan. Een van hen was Sjoerd Wiersma,
eigenaar van een wasserijbedrijf in Joure. Vanaf 1942 ging hij twee tot drie
keer per week met zijn vrachtwagen naar Amsterdam. Iedere rit nam Wiersma joden
mee naar Friesland. Samen met zijn vriend Uilke Boonstra bracht hij ze dan
onder op tal van onderduikadressen. Een hele organisatie, die werd vastgelegd
in een cartotheek. Het gaat goed tot februari 1944: Boonstra wordt opgepakt en
Wiersma weet maar net te ontkomen. Vanuit de onderduik weet Sjoerd Wiersma zijn
werk voort te zetten, Uilke Boonstra wordt uiteindelijk gefusilleerd in Vught.
Na de oorlog komt de cartotheek in handen van Gerlof
Wiersma, de broer van Sjoerd. Met een aantal andere mensen vult hij de
informatie in de kaartenbak aan: wie zijn er vertrokken, wie overleden, wat is
er nog van hen? Maar al spoedig is het materiaal niet meer nodig en verhuist de
bak naar de zolder. Na het overlijden van Gerlof erft zijn zoon de cartotheek
en ook hij zet de kaarten ergens op zolder. Daar zou het zijn blijven staan,
als niet de kleinzoon van Sjoerd Wiersma het materiaal bij toeval ontdekt. De
jonge Sjoerd Wiersma is verrast en verbijsterd over de schat aan informatie en
weet dat de kaartenbak té bijzonder is om weg te gooien. Daarom geeft hij de
cartotheek in bruikleen aan het Herinneringscentrum Kamp Westerbork. Een
bewuste keuze, omdat het Herinneringscentrum de gegevens wil gaan gebruiken
voor de database Een Naam en een Gezicht.