AOW: minder zeker dan u dacht?

 

Iedereen krijgt vanaf het vijfenzestigste levensjaar een AOW-uitkering. Een zekerheid als een huis. Of toch niet? Ook de AOW staat namelijk onder druk. In 1996 al is besloten dat de zogenaamde AOW-partnertoeslag per 1 januari 2015 verdwijnt. Dat is nog een eind weg, inderdaad. Maar als u straks niet voor verrassingen wilt komen te staan, dan loont het om nœ maatregelen te nemen.

 

Huidige AOW
Iedereen die in Nederland woont, heeft op grond van de AOW recht op een uitkering bij het bereiken van de 65-jarige leeftijd. Voor personen die getrouwd zijn of samenwonen, komt dit neer op een bedrag van Û 7.956,24 bruto per jaar (cijfers 2004) inclusief vakantietoeslag (Û 663,02 bruto per maand). Heeft hij of zij een jongere partner die geen of weinig inkomen geniet, dan bestaat er eveneens recht op een partnertoeslag van maximaal hetzelfde bedrag. Er wordt daarbij alleen gekeken naar het inkomen uit arbeid (een baan), of inkomen in verband met arbeid (een sociale uitkering of VUT). Zo komt het gezamenlijk inkomen uit op het niveau van het sociaal minimum, oftewel 100% van het netto minimumloon. De toeslag vervalt op het moment dat de jongere partner de 65 jaar passeert en zelf recht krijgt op een AOW-uitkering.

 

De situatie vanaf 2015 verslechtert
Nederlandse burgers die op of na 1 januari 2015 in aanmerking komen voor een AOW-uitkering, kunnen geen aanspraak meer maken op een partnertoeslag. Voor partners die onderling in leeftijd verschillen,  betekent dit dat er tijdelijk een inkomenstekort ontstaat. Stel, u verschilt vijf jaar in leeftijd met uw partner, dan blijft het gezamenlijk inkomen vijf jaar lang beperkt tot het AOW-pensioen voor ŽŽn persoon. U ontvangt dan samen slechts 50% van het netto minimumloon. Een tijdelijk probleem, maar wel een probleem dat een forse omvang kan krijgen. De partnertoeslag bedraagt op dit moment Û 7.956. Is uw partner vijf jaar jonger, dan bedraagt uw AOW-tekort 5 x Û 7.956 = Û 39.780 bruto! Het AOW-tekort wordt elk jaar nog eens groter omdat de AOW-bedragen worden ge•ndexeerd. Of het nodig is om nu al maatregelen te nemen, hangt af van uw financi‘le situatie op het moment dat u 65 jaar wordt.

 

Waarom stopt de partnertoeslag AOW eigenlijk?
De partnertoeslag AOW is nog gebaseerd op het oude kostwinnerschap van de man. De laatste jaren is het aantal tweeverdieners echter flink gestegen. Steeds meer vrouwen hebben een eigen inkomen. In 2015 wordt het aantal tweeverdieners geschat op 75% van alle samenwonenden. De wijziging past bij de voortschrijdende emancipatie en toenemende economische zelfstandigheid van vrouwen. Omdat de toeslag pas vanaf 1 januari 2015 niet meer wordt uitgekeerd, hebt u de tijd om eventueel maatregelen te treffen.

Geen maatregelen nodig
U hoeft nu geen maatregelen te treffen voor de opvang van de gevolgen van de afschaffing van de AOW-partnertoeslag in 2015, als:

á               u v——r 2015 de 65-jarige leeftijd bereikt

á               het inkomen van uw partner dusdanig hoog is (op dit moment Û 12.025 bruto per jaar) dat u geen recht heeft op AOW-partnertoeslag

á               u verwacht vanaf 2015 ook zonder extra voorzieningen te kunnen rondkomen. Dit kan het geval zijn als uw bestedingspatroon tegen die tijd sterk is veranderd, bijvoorbeeld omdat de hypotheek bijna is afgelost of de kinderen zelfstandig wonen

á               het leeftijdsverschil tussen u en uw partner heel klein is en het dus om een relatief klein bedrag gaat

 

Wel maatregelen nodig

Valt u niet onder deze groep mensen, dan kunt u een AOW-tekort verwachten. U moet zelf maatregelen treffen om het tekort aan te vullen. Er zijn een aantal mogelijkheden om de afschaffing van de partnertoeslag op te vangen:

á               de jongste partner verwerft een baan

á               sparen op een gewone spaarrekening

á               sparen via de jaarlijkse inleg van de bedrijfsspaarregeling

á          aanschaf van een koopsompolis, spaarverzekering of andere spaar- of beleggingsmogelijkheid. Laat u hierbij goed adviseren door een financieel deskundige.

Op zoek naar meer informatie?

Meer informatie over de AOW vindt u op www.pensioenkijker.nl

 

De drie trappen van het pensioen

Trap 1. Het overheidsdeel: AOW
Via de AOW (Algemene Ouderdoms Wet) betaalt de overheid mee aan uw oude dag. Iedere Nederlander vanaf 65 jaar heeft hier recht op. Bent u al eerder gestopt met werken, dan gaat u desondanks pas vanaf uw 65ste AOW ontvangen. De hoogte van deze uitkering is gebaseerd op het minimumloon en is in principe voor iedereen gelijk. AOW wordt opgebouwd met 2% per jaar dat u tussen uw 15e en 65ste in Nederland belastingplichtig bent geweest (totaal dus in principe tot 100%). Hierbij wordt wel rekening gehouden met eventuele inkomsten van uw partner. Dit houdt in dat als uw partner nog geen 65 is, u als 65-plusser een toeslag krijgt op uw AOW-uitkering tot het moment dat uw partner zelf ook recht heeft op AOW.

Trap 2. Het werkgeversdeel: pensioensvoorziening via uw salaris
De meeste mensen bouwen via hun werkgever een pensioen op. Vaak wordt er in de pensioenregeling van de werkgever vanuit gegaan dat het volledige werkgeverspensioen wordt opgebouwd in 40 jaar, namelijk vanaf uw 25ste tot uw 65ste. Jaarlijks bouwt u dan in principe 1,75% van uw salaris op. Totaal ontvangt u dus 1,75% x 40 jaar is 70% van uw loon als u met pensioen gaat.

Afhankelijk van het soort pensioenregeling gaat dit over uw laatstverdiende of over uw gemiddelde loon (zogeheten eindloon- dan wel middelloonregeling), via een tussenvorm of via een premie per jaar. U kunt bij uw pensioenfonds opvragen welke pensioenregeling binnen uw bedrijf geldt.

 

Trap 3. Uw eigen deel: aanvulling via lijfrente, sparen of beleggen
U kunt ook zelf (een aanvulling op) uw pensioen regelen. U kunt dit op een aantal manieren doen.

Via een lijfrenteverzekering bijvoorbeeld. Dan zet u uw geld voor minimaal 5 jaar vast. Dit geld mag alleen tussen uw 50ste en uw 70ste tot uitkering komen en moet dan benut worden voor de aankoop van een direct ingaande lijfrenteverzekering, waarmee u uw geld in termijnen kunt laten uitkeren. Door deze regels voorkomt de overheid dat u uw pensioengeld voor andere doeleinden gaat gebruiken dan aanvulling van uw inkomen voor later. Het voordeel van een lijfrente is dat u uw inleg fiscaal kunt aftrekken, als u een aantoonbaar pensioentekort heeft. De uitkeringen uit uw lijfrenteverzekering zijn wel belast, maar omdat u tegen die tijd vaak in een lager belastingtarief valt is dit over het algemeen fiscaal gezien erg aantrekkelijk. De overheid betaalt als het ware een stukje mee aan uw oude dag.

U kunt natuurlijk ook zelf sparen of beleggen. Hiervan is de inleg alleen niet aftrekbaar. U kunt kiezen uit sparen via een spaarrekening, zelf uw geluk beproeven op de beurs of via beleggingsfondsen. Maar u kunt ook kiezen voor extra zekerheid in een kapitaalverzekering.