Alle gekheid op een hoop

Toen ik ging trouwen deed ik dat uit vrije wil, na een weloverwogen periode van nadenken. De voor- en nadelen op een rij gezet te hebben koos ik zeer wel bewust en volmondig voor mijn partner. Met haar wil ik oud worden in voor en tegenspoed. Wij kozen zelf voor de datum, de plaats en de trouwambtenaar en alle festiviteiten er om heen. Het was een geslaagde gebeurtenis waar ik met veel warmte aan terug denk. Waarom deze inleiding over geluk en keuzes maken als ik het over een heel serieus en ingrijpend onderwerp wil hebben. De onvrijheid van (groepen) mensen die ooit gekozen hebben zich te laten vertegenwoordigen door een bepaalde organisatie en daar heel erg tevreden en gelukkig mee zijn nu te dwingen die om die keuze vrijheid in te leveren. Er valt straks niets meer te kiezen.

Het jarenlange vooroordeel dat mensen met een beperking, fysiek, psychisch of behorend tot die steeds groter wordende grijze groep, niet in staat zijn om zelfstandig te kiezen voor hun eigen welzijn en geluk wordt voortdurend herbevestigd. De overheid weet wat goed voor ons is. Proforma zijn er raadsinspraakmogelijkheden, maar het besluit is al genomen. Het voorstel om dan ook maar van de VVD en PvdA een grote organisatie te maken viel niet in goede aarde. Politieke keuzevrijheid moest overeind blijven. Patiëntenrecht , keuze vrijheid en vrijheid van vertegenwoordiging? Waar heeft u het over.

De wereld waarin ik leef is opgedeeld in een kleine groepje machtige mensen, die de dienst uitmaken en existentiële beslissingen nemen voor mensen die bijvoorbeeld afhankelijk van - door de gemeente verstrekte - voorzieningen zijn en de grote groep die zich niet wil of kan verweren. En het geweld gelaten over zich heen laten gaan.

In het algemeen vertrouw ik wel een beetje op de kennis en wijsheid van beleidsmakers en bestuurders. Heel veel anders rest mij niet omdat ik hoe dan ook ben overgeleverd aan de beleidsregels bedacht door weldenkende ambtenaren die , daar ga ik van uit, het beste willen voor de burgers. Tenslotte zijn wij de genen die zorg dragen voor hun dagelijks brood. Voor wie zij hun goede werken zouden moeten verrichten. Vroeger toen ik klein was dacht ik altijd dat ambtenaar zijn een dienend beroep was. De bestuurders varen vaak bijna blind op de inbreng van de beleidsmakers omdat zij al jaren van beleid maken hun beroep hebben gemaakt en de ambtsperiode van de huidige bestuurder wel overleven.

En zo komt het dat in Amsterdam al jarenlang een ambtelijke beweging aan de gang is om de belangenbehartigende grote patiënten en cliëntenorganisaties van chronisch zieken, mensen met een fysieke, verstandelijke en/of psychische beperking samen met de -zes- ouderenorganisaties te dwingen een huwelijk aan te gaan. Hetgeen de organisaties niet willen en de mensen om wie het gaat is niets gevraagd.

Het gebruikte machtsmiddel is dat de subsidie wordt ingehouden. En zo worden organisaties tegen elkaar uitgespeeld. Het huwelijk moet er na meer dan zes jaar soebatten eindelijk komen. De zoveelste onderhandelingspoging is in volle gang.

De gemeenteraad van Amsterdam heeft het besluit genomen. Er komt per 1 januari 2008 één grote patiënten- en ouderenorganisatie die de belangen van alle mensen met een beperking, inclusief de grijze golf van kwetsbare tot gezonde ouderen, gaat behartiging. Alsof we niet al genoeg aan veranderingen onderhevig zijn door de invoering van de Wet Maatschappelijke Ondersteuning moet er onderling ook nog eens een robbertje 'geknokt' worden. De 65 jarige geeft de verworvenheden niet op. Het basispakket voor ouderen moet behouden blijven. Gezond en vief, elke 65-plusser heeft op basis van die leeftijd recht op sociale alarmering enz, enz,. Iedere gehandicapte moet door een zware indicering heen om überhaupt een voorziening te krijgen want alles wat afwijkt van het gewone kost veel geld en inspanning van het ambtelijk systeem.

Een korte tijd dacht ik; 'door de invoering van de WMO komt er meer bewegingsvrijheid, minder verspilling van geld omdat het kabinet afwilde van te veel regelgeving.' Niets is minder waar. Meer regels, minder geld. Er is al veel geld verdiend aan de WMO, veel slimme ondernemers hebben al veel geld verdiend. Iedereen graait uit de ruif van WMO gelden omdat hun idee zo goed verkoopt.

In Zweden hebben ze WMO gedachte allang weer aan de kant gedaan omdat het niet het gewenste effect opleverde. In Nederland doen we het gewoon opnieuw want wij zijn geboren betweters, de Wet is niet voor niets bedacht en als groeimodel kun je er alle kanten mee op.

Gistermorgen werd ik wakker geschud door een artikeltje in de Volkskrant, verslaggeefster Carlijne Vos schrijft op 30 augustus 2007 'Fusies ziekenhuizen werken contraproductief'.

De fusiegolf in de ziekenhuissector van de afgelopen jaren heeft niets opgeleverd.

Integendeel: kleinere ziekenhuizen presteren beter dan grote ziekenhuizen. Ze zijn beter te besturen, er is minder bureaucratie en de afstand tussen arts en patiënt is kleiner. Uitleg 'Het is bewust beleid geweest om ziekenhuizen te laten fuseren. Toch zijn geen synergievoordelen gerealiseerd zoals efficiëntiewinst of vermindering van de overhead', zegt Tijo Collot d'Escury van het adviesbureau Roland Berger Strategie Consultants, dat een studie verrichtte naar de Nederlandse ziekenhuissector. 'Helaas is het nu te laat om de zaken terug te draaien; de grootste fusiegolf is al achter de rug.'

Uit de studie blijkt dat in Nederland gemiddeld 82 duizend inwoners zijn aangewezen op één ziekenhuis. In landen zoals Frankrijk, Duitsland, België en Zwitserland is dat aantal twee tot vier keer zo klein. Volgens de onderzoekers blijkt dat grotere ziekenhuizen leiden tot meer bureaucratie en meer managers. De afstand tussen arts en patiënt wordt daardoor groter. Voordelen van schaalvergroting zoals kostenbesparing of een betere planning blijven echter uit. 'De grotere patiëntengroepen die door de gefuseerde ziekenhuizen worden aangetrokken, worden bij voorkeur opgeknipt in kleine groepjes, waardoor de mogelijke efficiëntiewinst wordt verspeeld', aldus consultant Robin Alma. De ziekenhuizen in de omringende landen zijn gemiddeld efficiënter dan de Nederlandse ziekenhuizen; de bezettingsgraad ligt hoger evenals bijvoorbeeld het aantal patiënten per specialist. Volgens Roland Berger is een groot ziekenhuis - met een omzet van meer dan 125 miljoen euro - moeilijker te besturen dan een klein ziekenhuis (omzet minder dan 75 miljoen euro). Dat is een nadeel met het oog op de beoogde concurrentie in de ziekenhuissector.

Daaraan zullen de Nederlandse ziekenhuizen toch al een zware dobber hebben.

'Van marketing hebben ze nog geen kaas gegeten.'


En toch gaan we gewoon verder met de fusie van de patiënten consumentenorganisaties niet omdat het beter is voor de gebruiker, neen het is beter te hanteren voor de bestuurders en beleidsmakers.

Cor van Drongelen
September 2007