De strijd om de AWBZ is geopend
Waarover moeten patiënten zelf zeggenschap hebben?

De toekomst van de AWBZ staat op het spel. Vanmiddag weten we waarschijnlijk hoe het kabinet de toekomst van de volksverzekering ziet. Nu vast drie vragen aan de oppositie: Agnes Kant (SP) en Anouchka van Miltenburg (VVD).
Van Miltenburg: „Niet alles moet in de handen van professionals liggen. Dat is geen vorm van wantrouwen. Er zijn gewoonweg heel veel mensen die hun zorg zelf willen regelen. Het doel van de zorgprofessional en de klant is hetzelfde; goede zorg. Maar er zijn soms conflicterende belangen, bijvoorbeeld over werktijden.
Wie zorg nodig heeft moet de kans krijgen om die zelf te regelen. Bijvoorbeeld met een persoonsgebonden budget (pgb).”

Kant: „Ik ben niet zo blij met al die zakjes geld die mensen zelf krijgen. Daardoor wordt zorg veel te veel geïndividualiseerd. Mensen moeten in de buurt overleggen hoe de zorg het best kan worden geregeld. Op een enkele langdurig gehandicapte die het allemaal zelf kan regelen na, zijn collectieve oplossingen, dicht in de buurt, beter.”

Van Miltenburg: „De SP gaat uit van een ideaalbeeld. We willen al twintig jaar dat mensen minder afhankelijk zijn van zorg en meer in de buurt regelen. Maar de enige manier om daar echt voor te zorgen is een pgb. Dat is een prima manier.”

Kant: „Daarmee maak je het instellingen veel te moeilijk. Nu zie je kinderen in een opvanghuis die door hun pgb recht hebben op een bepaald aantal uren aandacht. Daar kunnen ouders stennis over maken als de instelling kiest om de aandacht meer te richten op iemand die het die dag meer nodig heeft. Dat soort effecten heeft de individualisering van de zorg.”

Van Miltenburg: „Ik kan ook een blik vol voorbeelden opentrekken waarin het wel goed gaat. Er is heel veel solidariteit tussen ouders, juist omdat zij de problemen kennen.

Ook het loskoppelen van wonen en zorg kan mensen meer zeggenschap over hun leven geven.
Nu betaalt iedereen in een instelling een eigen bijdrage. Daarin zit de huur verdisconteerd. Wij willen dat mensen in plaats van deze eigen bijdrage, gaan betalen voor de plek waar ze wonen. Door huur te betalen, of een woning zelf te kopen.
Als wonen en zorg op die manier worden gescheiden, kunnen mensen zelf bepalen waar en hoe ze wonen.
Wie het niet kan betalen, kan dan ook als hij in een instelling woont, huurtoeslag aanvragen.”

Kant: „Als je wonen en zorg scheidt, zal je zien dat instellingen armenhuizen worden. Het is nu zo fijn voor ouderen dat ze niet meer alles hoeven te regelen. Die mensen zijn blij dat ze van alle sores verlost zijn. Dat mag ook wel, als je wat ouder bent.”

Van Miltenburg: „Het is ongelooflijk dat gelijkheid zo snel toeslaat als je ouder wordt. Iedereen komt dan op eenzelfde kamer en iedereen krijgt brood met smeerworst uit hetzelfde blikje.

Als je meer kleinschalige complexen wilt, moet je zorg en wonen loskoppelen. Het geld zit nu vast in de grote instellingen. Als mensen dat geld voor wonen zelf kunnen besteden, kunnen ze in hun eigen buurt blijven wonen. In een huis naar keuze en voor een prijs die zij willen betalen.”

Kant: „Jullie willen alles individualiseren. Dat is vanuit liberaal perspectief logisch. Maar wij vinden dat het sociaal geregeld moet worden.”

Van Miltenburg: „Dan zit iedereen op dezelfde kamer. Misschien wil iemand wel twee kamers.”

Kant: „Misschien wil iemand wel een paleis. Dat stadium zijn mensen wel voorbij als ze in een verpleeghuis belanden. Het ontbreekt nu aan fatsoenlijke zorg en aandacht, daar gaat het om.”

Van Miltenburg: „De manier van wonen moet passen bij hoe mensen hun hele leven inrichten. Ook als je ouder wordt.”

Kant: „Daar zijn we het wel over eens.”