bron: Staatscourant nr. 156
datum: 15 augustus 2007
Van onze redacteur
In een bodemprocedure stonden uitvoeringsorganisatie UWV en de Nederlandse
Staat tegenover vertegenwoordigers van WAO'ers die vanaf 1 oktober 2004 op
basis van strengere normen zijn herkeurd. De WAO'ers zoeken bevestiging van
de onrechtmatigheid van de herkeuringen en willen dat de gevolgen voor de
reeds herkeurde arbeidsongeschikten worden teruggedraaid.
In een eerder kort geding op 23 november 2005 voor de Rechtbank Amsterdam
wees de voorzieningenrechter de vordering van twee vertegenwoordigers van
WAO'ers tot het onmiddellijk stopzetten van de herkeuringen af. Daarop
besloten de Landelijke Vereniging van Arbeidsongeschikten (LVA) en de
stichting Collectieve Rechtsvordering (CORV) een bodemprocedure te starten.
In het kader daarvan vonden in november 2006 en februari 2007
getuigenverhoren plaats.
Woensdag diende in het kader van deze bodemprocedure voor de Rechtbank Den
Haag een kort geding waarin de LVA en CORV de onrechtmatigheid van de
WAO-herkeuringen bevestigd wilden zien. Bovendien eisten zij herstel van de
reeds herbeoordeelde WAO'ers die een lagere WAO-uitkering kregen of hun
uitkering volledig verloren. Beide eisers doen hierbij een beroep op het
Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens en het Europees Sociaal
Handvest.
De bezwaren van LVA en CORV richten zich met name op de per 1 oktober 2004
aangescherpte criteria voor de herbeoordelingen, niet op de herbeoordeling
als zodanig. Volgens de twee WAO-organisaties zijn de herbeoordelingen
onrechtmatig omdat de regering 'met de ene hand nam, wat zij met de andere
hand gaf'. Daarmee doelen de organisaties op de Memorie van Toelichting bij
de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen (Wet WIA, die per 1 januari 2006
in werking is getreden.
De regering laat daarin het rechtszekerheidsbeginsel, dat het behoud van
bestaande uitkeringsrechten impliceert, prevaleren boven het
gelijkheidsbeginsel, dat gediend zou zijn met een overgang van de bestaande
WAO-gevallen naar het nieuwe stelsel. Volgens LAV en CORV is de regering
hierop teruggekomen door de oude WAO'ers alsnog te laten herkeuren op basis
van strengere criteria uit het Schattingsbesluit, die deel uitmaken van de
nieuwe WIA.
Bovendien ontbreekt volgens beide eisers voldoende wettelijke grond aan de
strengere keuringseisen voor oude WAO-gevallen omdat zij niet in een wet
maar in een Algemene Maatregel van Bestuur werden vastgelegd. Volgens het
UWV en de Staat, het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid in
kwestie, zijn de herbeoordelingen wel gebaseerd op de wet, dienen zij het
algemeen belang en is er sprake van overgangsrecht.