Door Sander
Becker
De 25-jarige Matthew Nagle haalde er deze zomer de wereldpers mee: ondanks zijn
volledige verlamming kon hij een computer bedienen, louter via een chip die
hersensignalen uit zijn brein aftapte. Hoe futuristisch dit ook klinkt, het is
nog maar het begin van een enorme ontwikkeling, voorspelt Michel
van Putten, neuroloog in het Medisch Spectrum Twente in Enschede.
’Neuroprotheses’, elektronica in het brein, gaan
volgens hem een grootse toekomst tegemoet, niet alleen bij patiënten, maar ooit
wellicht ook bij gezonde mensen die iets extra’s willen.
„Een van onze medische doelen is om verlamde patiënten
weer op eigen kracht te laten bewegen”, schetst Van Putten. Dat is lang niet zo
ondenkbaar als het klinkt. Want veel verlammingen, zoals dwarslaesies,
zijn slechts het gevolg van een blokkade in de zenuwverbindingen. Elektrische
prikkels uit het brein, die op zichzelf nog prima zijn, komen daardoor niet in
het doelorgaan aan; zo blijft dit orgaan onbestuurbaar.
Kun je de elektrische signalen aftappen en ’lezen’, dan moet je er in principe
weer een spier of prothese mee kunnen aansturen, om zo de verlamming te
omzeilen.
De oorzaak van een verlamming hoeft overigens niet in de
zenuwen te zitten, maar kan ook in het brein liggen. Bijvoorbeeld als het
hersenweefsel door een infarct deels is verwoest.
In het ideale geval zouden artsen dit verloren weefsel vervangen. En daar zijn
we over vijftig jaar toe in staat, verwacht Van Putten. „Tegen die tijd kunnen
we allerlei verschillende modules in het brein implanteren. Stel, je
hippocampus is ernstig beschadigd. Dit deel van de hersenen speelt een rol bij
het geheugen. We maken het dan na, hetzij met elektronica, hetzij met een
combinatie van chips en zenuwcellen die onderling communiceren. En die hele
module plaatsen we dan in het brein.” Extreme science
fiction is dit niet, want de Amerikanen
experimenteren er al mee bij ratjes.
Hier wordt het ook interessant voor gezonde personen. Die
kunnen straks wellicht een informatiechip laten inbrengen, bijvoorbeeld met
Frans vocabulaire erop. Dat scheelt een hoop stampwerk, al houdt de neuroloog
hier een slag om de arm: „Het is de vraag of ons brein zoveel informatie
tegelijk aankan.”
Er is nóg een extraatje denkbaar voor de gewone man. Van Putten: „Mensen die
hun handen vol hebben aan hun werk, kunnen best een extra output-kanaal
gebruiken. Bijvoorbeeld een sensor die meet hoe slaperig ze
zijn. Over vijftig jaar mogen
vrachtwagenchauffeurs misschien pas achter het stuur kruipen nadat ze hun hoofd
op een USB-stick hebben aangesloten.”
En het aflezen van gedachtes en dromen? Ook dat acht de neuroloog haalbaar, zij het pas op zeer lange
termijn. Want waarschijnlijk zijn al onze denkbeelden en ervaringen het product
van elektro-chemische processen in de hersenen en die
moet je in principe kunnen meten en begrijpen.
Voorlopig valt er nog veel werk te verrichten. Om te beginnen moet er snel meer
onderzoek komen met geïmplanteerde chips bij mensen, meent Van Putten. Daar kan
de regio Twente een belangrijke rol bij spelen. „We hebben hier de Technische
Universiteit Twente, een ziekenhuis en een groot revalidatiecentrum. Techniek
en patiënten: dat is een ideale combinatie om verder te komen.”
© Trouw,
7 augustus 2006