8 augustus 2006
AMSTERDAM/DEN HAAG - Nederland telt drie speciale
klinieken voor de moeilijkste psychiatrische patiënten. Zij adviseren andere instellingen of nemen patiënten tijdelijk op om te
kijken wat de mogelijkheden zijn.
In
de kliniek voor intensieve behandeling (kib) in
Amsterdam kunnen elektra en water per kamer worden afgesloten. Er zijn
patiënten die ’s nachts muziek draaien, of steeds gaan douchen, of de wc-pot
vol stoppen omdat ze denken dat daar boze geesten uit komen. ‘Het scheelt
incidenten als wij van buitenaf kunnen ingrijpen’, zegt opnamecoördinator José
van Breukelen. De kamer die ze laat zien, moet na het
vertrek van de laatste bewoner worden opgeknapt: de spiegel in de badkamer is
van de wand getrokken, in het vloerzeil zitten gaten. Het meubilair staat op de
gang. Dat gebeurt vaker, zegt ze. Als patiënten even een ‘prikkelarme’ omgeving
nodig hebben, kan zelfs het bureautje zo van de muur.
De
kliniek huisvest 24 bewoners. Allemaal
ernstig zieke psychiatrische patiënten met zeer problematisch gedrag, die
uiterst lastig te behandelen zijn. De instelling is streng beveiligd,
personeel draagt een pieper met alarmknop. Drie van dergelijke kib’s voor intensieve behandeling telt Nederland, met
zeventig plaatsen. Ze fungeren als vangnet voor psychiatrische instellingen die
deze patiënten niet meer aankunnen. Kib’s adviseren
instellingen of nemen patiënten tijdelijk op om te bekijken of er alternatieve
behandelmogelijkheden zijn. Ze vormen
het duurste type opvang binnen de geestelijke gezondheidszorg (ggz): met vierhonderd euro per patiënt per dag zijn ze even
prijzig als tbs-klinieken.
De voormalige kindsoldaat uit Liberia die al ruim een half jaar in een
instelling te Venray in een isoleercel met buitenkooi
verblijft, zat eerder twee keer in de Eindhovense kib. De vakbond van
verpleegkundigen Nu’91 zocht onlangs de publiciteit over de ‘mensonterende’
situatie van de man en stelde dat zeker 75 andere patiënten in vergelijkbare
situaties verkeren.
De drie kib’s willen zo ver
niet gaan. De situatie in Venray is zeldzaam, zeggen
ze. ‘Mensonwaardig, dat is wat wij ervan maken’, aldus bestuursvoorzitter Mieke Bot van AMC de Meren, waartoe de Amsterdamse kib behoort. ‘Wij moeten zo goed mogelijk voor patiënten
zorgen. Er zijn er die alleen in een isoleercel tot rust komen. Soms vragen ze
er zelf om.’
Toch erkennen de klinieken dat er een groep patiënten is die zeer lastig, zo
niet on-behandelbaar is. Psychiater Robert van Montfoort, hoofd van
de Eindhovense kib, schat
hun aantal op honderd. Velen hebben een psychotische stoornis (wanen,
hallucinaties) en een persoonlijkheidsstoornis én gebruiken drugs. Die verergeren hun problematiek omdat
bijvoorbeeld medicijnen niet meer aanslaan. Van Montfoort
zegt dat hij praktisch geen patiënt meer ziet binnenkomen die niet gebruikt.
Iedere
ggz-instelling kent een paar van dergelijke
patiënten, zegt Gerard van Winsum,
teammanager acute psychiatrie bij Spatie in Apeldoorn. ‘Na dertig jaar ervaring
sta ik nog altijd verbaasd dat we ze niet kunnen helpen. Het is pure onmacht, hun problematiek is zo
ingewikkeld dat we het niet weten.’
Van Montfoort
zegt dat ook geldgebrek de psychiatrische instellingen parten speelt: te weinig
personeel, gebrekkige voorzieningen, onvoldoende beveiliging.
De kib’s proberen de groep complexe patiënten nieuw
perspectief te bieden. Na een aanmelding gaat het kib-team
eerst naar de instelling toe. Psychiater
Van Montfoort: ‘We treffen daar soms ernstig
beschadigde patiënten of een uitgeput team, waarvan de helft in de ziektewet
zit. Vaak is een spiraal ontstaan van escalatie, vrijheidsbeperking,
verzet en nieuwe escalatie.’
Marion van Bruggen, psychiater in de Amsterdamse kib, maakt mee dat patiënten zulk manipulatief of
grensoverschrijdend gedrag vertonen, dat het team er niet in slaagt één lijn te
trekken. Soms lukt het patiënten steeds weer om aan
drugs te komen of breken ze voortdurend uit.
Patiënten
kunnen hun agressiviteit ook op zichzelf richten, zegt Leon
Steijn, afdelingshoofd zorguitvoering en beheer in de
Haagse kib. ‘Ze
beschadigen zichzelf zodra je ze even uit het oog verliest en trekken de hechtingen van de vorige snijwond
er gewoon uit. Ook zulk gedrag kan een team leegzuigen.’
Soms lukt het om het personeel zo te adviseren dat een patiënt in de instelling
kan blijven, maar meestal besluit de kib tot opname. Met
vooraf een handtekening onder een terugnamegarantie, zegt opnamecoördinator Van
Breukelen van de kib in
Amsterdam: ‘Anders blijven we met moeilijke patiënten zitten.’
Veel meer personeel en meer ervaring en deskundigheid om met ‘moeilijke mensen’
om te gaan, daar ligt de kracht van de klinieken voor intensieve behandeling,
zegt Steijn. Psychiater Van Bruggen wijst in de
verpleegpost naar de mappen met verpleegplannen. Die worden samen met patiënten
gemaakt en beschrijven onder meer hoe zij bejegend moeten worden. ‘Ons
personeel kan heel goed een front vormen. Met sommige patiënten moet je gewoon nergens de discussie over aangaan.’
De teams hebben bovendien het vermogen om klappen op te vangen, zegt Chris van
der Meer, directeur forensische en intensieve zorg van Parnassia,
waartoe de Haagse kib behoort. ‘Ze maken veel mee,
het risico van traumatisering ligt op de loer maar er is een laag
ziekteverzuim.’
Ook
de strenge beveiliging biedt voordelen, zegt Nienke Feenstra, directeur van de sector intensieve en forensische
psychiatrie van AMC De Meren: ‘Wij kunnen patiënten stapsgewijs meer vrijheid
geven. De beveiliging helpt bovendien om de kliniek drugsvrij te houden.’
Na een gemiddelde opnameduur van zes à
zeven maanden gaan patiënten terug. Met een behandeladvies, soms ook een
bouwkundige tip. Steijn van de Haagse kib herinnert zich dat hij weleens heeft aanbevolen een verblijfsafdeling zo aan te
passen dat een patiënt vanuit zijn kamer naar buiten kon. ‘Zodat hij letterlijk
de ruimte kreeg.’
Desondanks blijven patiënten over, met wie niets valt aan te vangen, zegt Van Winsum. Hij vertelt over een patiënt die ‘heel bijzonder’
wil zijn, al jaren op de afdeling verblijft, ettelijke keren in de kib heeft gezeten, maar iedere vorm van contact afwijst.
‘Voor dat soort patiënten, die nergens op hun plek zijn, kunnen we alleen maar
zo goed mogelijk zorgen.’
Soms lijkt een tbs-kliniek de oplossing. Van de afdeling van Van Winsum belandden drie
patiënten de afgelopen jaren in de tbs. Een
van hen had herhaaldelijk brand gesticht op de gesloten afdeling, wat tot
levensgevaarlijke situaties leidde. Alle drie zijn ze weer terug. ‘Het
delictgevaar is onder controle, de zorg staat nu voorop. Wij bleken een band
met ze te hebben opgebouwd, die niet te evenaren viel.’
Voor
de patiënten die afdelingen blijvend tot wanhoop drijven, biedt een
carrouselsysteem uitkomst. Een kleine groep patiënten rouleert nu tussen
instellingen. ‘Niet ideaal’, meent afdelingshoofd Steijn
van de Haagse kib. ‘Om iets te bereiken moet je een
band opbouwen met patiënten. Als zij weten dat ze snel weggaan, investeren ze
niet meer. En het personeel ook niet.’
Het is een verlegenheidsoplossing die binnen een paar jaar tot het verleden kan
behoren, nu wordt aangevangen
met de bouw van voorzieningen voor langdurige intensieve zorg. Die zijn
bestemd voor patiënten die zeer veel structuur en behandeling nodig hebben,
verduidelijkt bestuursvoorzitter Mieke Bot van AMC De
Meren. Patiënten die geen delict hebben gepleegd maar zonder bescherming
gevaarlijk kunnen zijn voor zichzelf of hun omgeving.
Die voorzieningen moeten afdoende zijn, zegt Steijn
van de Haagse kib. Hij leidt rond door de lange
lichte gangen, gelegen rond de binnentuin met volleybalnet. De afgelopen jaren
heeft hij het aantal moeilijke mensen zien toenemen. Toch verwacht hij dat de
omvang van de groep onhandelbare patiënten stabiel blijft. De tijd doet zijn werk, zegt hij. ‘Bij de meeste patiënten dooft de agressie uit
naarmate ze ouder worden.’