Dark Horses zijn in de Engelse taal mensen die dingen doen die je niet van hen verwacht. Een positieve benadering. In Nederland is de beeldvorming over ouderen lang niet altijd positief. Stereotypen zijn: oud, ouderwets, niet-dynamisch, slecht opgeleid, weinig weten. In Nederland hebben we daarom voor een naam gekozen die voluit aangeeft wat de inhoud is (50+Talent Ontdek Plan) en waarvan de afkorting (50+TOP) dynamische en positieve connotaties heeft: een deelnemer is een 50+ Topper, is bezig met een TOP-activiteit en de lokale ondersteuningsstructuur is gevestigd in het TOP-punt.
Het project is voor Nederland aangepast door het NPOE.Vanaf oktober 2004 worden lokale experimenten gestimuleerd[1]. Bij succes volgt een jaar later de landelijke implementatie
Ouderen gaan in een afgebakende periode hun eigen persoonlijke projecten ontwikkelen en uitvoeren in een van de vijf categoriën:
1.Geven & Delen; mensen delen tijd, vaardigheden, kennis en ervaringen met andere personen of organisaties (vrijwilligerswerk).
2.Leren & Doen; meer geestelijk gericht.
Mensen pakken een nieuwe studie op of gaan dingen leren/doen die hen
interesseren en die ze tot nu toe niet uitgeprobeerd hebben.
3.Oefenen & Ontdekken; meer fysiek gericht (ook voor gehandicapten) Accent ligt op bewegen, sport, reizen en onderzoeken in culturele zin (bijv. museumbezoek)
4.Generaties werken samen; generaties vertellen elkaar in buurten, woonzorgcentra, scholen over verschillen van vroeger en werken hierdoor ook aan de sociale cohesie in de buurt
5.Multiculturele uitwisseling; gericht op bevordering van leefbaarheid en sociale cohesie: aan nieuwkomers leren hun zaken hier te regelen, van migranten meer over andere landen en culturen te weten komen.
NB Het is niet de bedoeling oude hobby’s of vaardigheden in bekende situaties op te pakken; het gaat om nieuwe impulsen of toepassen van vaardigheden in nieuwe situaties. Deelnemers gaan iets doen wat ze nog nooit gedaan hebben of zetten al aanwezige talenten in bij voor hen onbekende situaties. Dit helpt ze nieuwe vaardigheden, bekwaamheden en ervaringen te ontdekken. Projecten en activiteiten die een levensstijl bieden waarbij men zich prettig voelt; activiteiten die waardering oogsten, sociale contacten en vriendschappen opleveren.
Deelnemers genieten meer (of weer) van het maatschappelijke leven.
Hoe werkt het
Iemand wordt tegen een laag bedrag (€ 10,-) lid voor het leven, kiest een categorie en formuleert voor zichzelf een project dat hij uit gaat voeren. Dit betekent dat hij zich verbindt om gedurende één jaar eens per twee weken zich minimaal 1,5 uur aan dit project te wijden. Om hieraan te voldoen en om het vol te houden, stelt hij een persoonlijke mentor/begeleider aan. Dit kan zijn echtgenote zijn, een buurman, een kleinkind, een oud-collega, een thuisbezoekster van het Rode Kruis, de coördinator van een vrijwilligersorganisatie. Kortom iedereen die enige affectie of deskundigheid heeft op het gebied waarop de deelnemer actief wil worden. Bedoeling van de mentor is enerzijds de voortgang te stimuleren en anderzijds dat degenen die dreigen te isoleren regelmatig bezoek krijgen waarbij een boeiend gespreksonderwerp voorhanden is.
De deelnemers printen ter ondersteuning twee boekjes uit (of krijgen ze uitgereikt):
De handleiding voor TOP-prestaties met de meest gestelde vragen, een gids voor mentoren, suggesties per categorie welke projecten/activiteiten men op kan pakken plus extra suggesties voor gehandicapten.
Het logboek van TOP-prestaties met een stappenplan en ruimte om op te schrijven wat de plannen zijn, wat gedaan en bereikt is. Dit wordt afgesloten met een beoordeling van de mentor. Wanneer deze beoordeling ingestuurd wordt, krijgt de deelnemer een TOP-prestatie certificaat. Drie certificaten uit drie verschillende categoriën leveren een TOP-onderscheiding op. De certificaten en de onderscheiding leveren een hoog zelfrespect op vooral voor degenen die vroeger nooit een diploma of maatschappelijk succes behaald hebben.
Er wordt nogal eens getwijfeld of certificaten in Nederland aanslaan. De praktijk laat zien dat deze twijfel onterecht is. Zo geeft SeniorWeb on line cursussen die men kan afsluiten met een toets. Een voldoende bij de toets geeft de mogelijkheid het certificaat te downloaden. Zo’n 80% maakt van die gelegenheid gebruik. Bij 50+TOP wordt het tevens een bewijsstuk bij uitzonderlijke zaken: wie gelooft mij anders dat ik als 75 jarige heb leren parachutespringen?
De Britse Dark Horse Venture brengt de activiteiten niet binnen bestaande (charity)-organisaties, ouderenbonden en dergelijke structuren onder. Reden daarvoor is dat door de hedendaagse individualisering de belangstelling voor vaste verbanden ook bij ouderen afneemt. Er is minder interesse voor aanbodgerichte activiteiten en lidmaatschappen van bijv. ouderenbonden, men wil niet langdurig gebonden zijn; er is zucht naar nieuwe ervaringen.
De individuele keuze en de ‘onbegrensde’ mogelijkheden voor het individu staan ook voorop bij 50+TOP. Waar bij de traditionele organisaties het aanbod de vraag overheerst, overheerst de persoonlijke vraag van de deelnemers bij het oppakken van 50+TOP-activiteiten.
Het gaat om het benutten van de eigen potentie. Juist dit laatste laat veel ruimte voor individuele samenwerking op lokaal niveau: iemand die Geven & Delen kiest kan zijn vrijwilligerswerk uiteraard ook lokaal invullen bij Humanitas, Zonnebloem, ouderenbonden, museum, sportclub, jeugdsoos en dergelijke. Hier is dan sprake van de zogenaamde ‘zappende’ vrijwilliger
Verborgen agenda
50+TOP is een manier om eenzaamheid te voorkomen en te bestrijden. De meeste projecten die beogen eenzaamheid te bestrijden gaan uit van de zieligheid van de deelnemers met het accent op zieken en zwakken in de samenleving. Daarom worden die projecten ook gefinancierd door de overheid, fondsen en charitatieve instellingen. Het nadeel is dat – ook al is het een geweldig idee – zo’n project meteen gestigmatiseerd wordt als zijnde voor de losers in de samenleving. Resultaat is dat het idee in een marginale situatie terecht komt en een zachte dood sterft. Eenzaamheid komt echter in alle lagen van de bevolking voor. Maar de meeste mensen die eenzaam zijn, zullen dit niet naar buiten toe afficheren.
Het 50+TOP-concept zal een preventieve werking kunnen hebben: op lokaal niveau zullen spontane groepen ontstaan naar lifestyle en interesse zonder dat de traditionele organisaties daar directe bemoeienissen mee hebben. Voorwaarde is dat er in uitingen niet wordt gecommuniceerd over eenzaamheid maar over nieuwe ontdekkingen, verbazing over je nu ontdekte talent, de leuke contacten die je daar aan over hebt gehouden.
Motivaction in het blad Geron juni 2003:
‘Uit onderzoek blijkt dat senioren zeer uiteenlopende waardenoriëntaties vertegenwoordigen. Senioren zijn niet meer onder één noemer te scharen. Dit geldt niet alleen voor de huidige senioren maar zeker voor de de toekomstige senioren, de groep babyboomers met meer uiteenlopende lifestyles en waarden.’
De babyboomer (geboren tussen 1946 en 1954) opereert individueler dan zijn ‘voorgangers’ en past helemaal in het gestelde 50+TOPprofiel: ‘minder interesse voor activiteiten en lidmaatschappen van bijv. ouderenbonden, niet langdurig gebonden willen zijn; zucht naar nieuwe ervaringen’. Alleen al door de babyboomer als vertrekpunt te nemen, ontstaat een aantrekkelijke potentiële groep.
Dark Horse Venture is in Groot-Brittannië als niet-gebonden organisatie opgericht om te voorkomen dat een traditionele organisatie het concept zou gaan monopoliseren. Door die monopolieposities worden vaak andere organisaties (onbewust) uitgesloten en zijn de onontbeerlijke dwarsverbanden op lokaal niveau moeilijker te leggen. Ook in Nederland wordt daarom gemikt op niet-gebonden organisaties die (individuele) TOP-activiteiten bij 50-plussers promoten, coördineren en eventueel ondersteunen.
Om lokaal met vrijwilligers zo’n niet-gebonden TOP-servicepunt van de grond te krijgen is hulp nodig. In Nederland kunnen onder andere de Stichtingen Welzijn Ouderen (SWO) deze hulp bieden. Zij zijn bekend met de lokale en regionale netwerken van charitatieve organisaties en met de lokale sociale en sociaal-economische kaart. Vanuit hun positie kunnen SWO's personen en/of organisaties uit hun netwerk stimuleren en mogelijk ondersteunen om een lokaal TOP-servicepunt op te zetten. Het gaat daarbij om net-gepensioneerden met organisatorische en communicatieve talenten en die tijd hebben. Wanneer zo'n lokaal punt er is en redelijk functioneert, trekt de SWO zich terug.
Drie redenen voor een SWO om een lokaal/regionaal TOP-servicepunt te stimuleren:
- de beoogde doelgroep vertoont zich - om welke reden dan ook - (bijna) niet in dienstencentra. Bij deze groep is echter wel behoefte aan contacten met gelijkgerichten; hiervoor kunnen zijzelf interessegroepen oprichten
- het SWO creëert met een lokale TOP-servicepunt een (informatie)platform waarmee de doelgroep bereikt kan worden zonder dat deze dit als stigmatiserend ervaren
- via de TOP-servicepunten kunnen ouderen in eigen omgeving etaleren wat ze de ` maatschappij te bieden hebben. Hierdoor wordt hun grote maatschappelijke en
economische waarde zichtbaar.
Ter ondersteuning van de lokale groepen is er al een licht landelijk TOP-punt. Dit fungeert tevens als administratieve uitvalsbasis voor mensen die toch individueel hun TOP-prestatie willen leveren of die wonen in een gebied waar (nog) geen lokaal TOP-servicepunt is.
Bij succes wordt een landelijke stichting 50+TOP opgericht - bemensd door vrijwilligers - waarin de participerende organisaties vertegenwoordigd kunnen zijn.
Taak van het stichtingsbestuur is op landelijk niveau voorwaarden te scheppen waardoor TOP-activiteiten bevredigend doorgang kunnen vinden. Hierbij hoort o.a. het doen opzetten en te onderhouden van het landelijk TOP-punt. Om niet in concurrentie te geraken maar juist een goede samenwerking te krijgen met andere organisaties die zich met dezelfde doelen en doelgroep bezig houden, wordt een TOP-netwerk in het leven geroepen als adviescommissie. In deze commissie zitten vertegenwoordigers van deze andere organisaties zoals de kerken, Rode Kruis, ouderenadviseurs, vrijwilligerssteunpunten. Taak van het TOP-netwerk is het werk van 50+TOP bekend te maken onder hun eigen achterban en samenwerking te stimuleren zonder de autonomie van eenieder aan te tasten.
Er is al een simpele landelijk testwebsite (www.50plustop.nl) waarop aanvullende informatie staat. Het individu dat alléén een activiteit aan wil pakken, of waar in zijn/haar omgeving geen TOP-servicepunt is, kan via deze landelijke website de handleiding en het logboek (laten) downloaden en aan de slag gaan.
Deze site is ook van belang voor groepen die toch alvast mee willen gaan doen zonder projectbegeleiding. Deze zwaan-kleef-aan-methode blijkt in andere projecten goed te voldoen en is vaak een indicatie hoe een project na de proefperiode zich kan ontwikkelen.Via de kanalen van het TOP-netwerk kunnen andere (lokale) organisaties de resultaten van het project gebruiken.
Projectontwikkelaar bij het NPOE is Jan Klumper.Te bereiken via jklumper@npoe.nl
[1] De Stichting Sluyterman van Loo ondersteunt binnen haar programma Ouderen en Levenskunst de ontwikkeling van het 50+ TOP-project. Zij financiert bovendien het evaluatieonderzoek dat zich richt op de vraag of en hoe vijf innovatieprojecten bijdragen aan de levenskunst van ouderen. Dit onderzoek wordt uitgevoerd door het Trimbosinstituut.